Basketball spelregels

Ongetwijfeld zal iemand, die voor het eerst een basketballwedstrijd ziet, weinig begrijpen van de spelregels. Die zijn nogal ingewikkeld, hoewel ze eigenlijk zijn terug te voeren op een paar simpele basiszaken.
Hieronder wordt summier een antwoord gegeven op vragen als:

• Waarom wordt er gefloten?
• Waarom komen er nu weer nieuwe mensen in het veld en waarom wordt het spel zo nu en dan onderbroken?

Zaalsport

Basketball wordt in beginsel in een sportzaal gespeeld, en valt daarom onder de categorie zaalsporten. Al zijn er uitzonderingen. Denk bijvoorbeeld aan het pleintjes basketball. In deze korte uitleg over de belangrijkste spelregels wordt aan deze variaties echter geen nadere aandacht besteed.

Het speelveld

In de spelregels is vastgesteld dat het speelveld (maximaal) 28 meter lang en 15 meter breed moet zijn (uiteraard is er ook een minimumeis). Het veld is verdeeld in twee speelhelften, met aan de achterzijde een stellage, "de toren" waarop een rechthoekig bord (180 bij 105 cm), met daarop een metalen ring,
waaraan weer een netje is bevestigd, "de basket". De bovenzijde van de ring bevindt zich op 3.05 meter hoogte. Door de constructie hangt de basket 1.20 meter binnen het speelveld, waardoor de spelers er zich ook achterlangs kunnen bewegen, zonder buiten het speelveld te geraken. Onder de basket is door middel van een aantal lijnen een vak van 6.00 bij 5.80 meter zichtbaar gemaakt, met aan de kop een cirkel. Dit gebied, dat door de vorm van een emmer ook wel "de bucket" wordt genoemd, is het vrije-worp of drie-secondengebied. Op 6.25 meter afstand van de basket is de volgende lijn getrokken. Dit is de drie-puntslijn. Tenslotte is er bij de middencirkel nog een derde cirkel zichtbaar, voor de eerste sprongbal/begin van de wedstrijd.

Doel

Het doel van het spel is zoveel mogelijk punten te scoren en te verhinderen dat de tegenpartij ze maakt. Elke keer dat de bal door de basket gaat scoort de doelende partij in principe twee punten. Gebeurt dit bij een vrije worp dan is het slechts één punt. Maar gebeurt dit vanachter de zogenaamde drie-punts-lijn dan (en dat is natuurlijk ook al uit de naam van de lijn op te maken) telt de score zelfs voor drie punten.

Team en coach of begeleider

Een team heeft vijf spelers in het veld en maximaal nog eens zeven op de bank. Daar zit verder de coach of begeleider, soms vergezeld van een assistent, eventueel een scout (voor het noteren van individuele gegevens van de spelers).
De coach is verantwoordelijk voor het gedrag van iedereen die zich op de bank bevindt. Bij misdragingen van personen op de bank zal de coach worden bestraft.

Officials

De wedstrijd wordt geleid door twee scheidsrechters, die voor de administratieve zaken worden bijgestaan door de jurytafel. Daar doen twee/drie mensen het werk:

• Één voor het bijhouden van het wedstrijdformulier (de scorer)
• Één bedient het scorebord en de wedstrijdklok (de timer)
• Tenslotte één voor het bedienen van de 24-seconden-klok
(de 24-secondenoperator). Deze laatste is verantwoordelijk voor het naleven
van de regel dat een aanvalspoging maximaal een halve minuut mag
duren (bij iedere doelpoging gaat een nieuwe periode van 24 seconden in).
De 24-seconden-klok wordt pas gehanteerd vanaf regionaal niveau.

Duur

Een wedstrijd duurt 4 x 10 minuten zuivere speeltijd met een rust van 10 minuten. De wedstrijden van de U10 en U12(de jongste jeugdklasses), duren 8x4 minuten met verschillende rustmomenten. Gelijkspel kan niet, behalve bij de U10 en de U12, de wedstrijd wordt telkens met vijf minuten verlengd totdat er een winnaar is.

Time-out

De coach of de aanvoerder is gerechtigd een time-out van één minuut aan te vragen om de tactiek of de spelwijze te bespreken. Per periode mag er 1 time-out worden aangevraagd. In de vierde periode mag er 1 extra worden aangevraagd.

Wisselen

Een team mag onbeperkt wisselen, mits er maar steeds vijf mensen in het veld staan. Het wisselen gebeurt met de tien man die op het scoresheet staan. In praktisch alle gevallen wanneer de scheidsrechter heeft gefloten is dit toegestaan. Indien er door blessures, persoonlijke fouten enzovoorts
spelers het speelveld moeten verlaten en er op de bank geen wisselspelers (meer) aanwezig zijn, mag de wedstrijd ook met minder spelers worden uitgespeeld. Indien er minder dan 2 spelers overblijven, is de wedstrijd voorbij. Het is dan immers niet meer mogelijk om een bal aan de zijlijn op reglementaire wijze in te nemen. Het team dat onvoldoende spelers heeft overgehouden is hierbij automatisch de verliezer. Bij de U10 en U12 wordt er gewisseld volgens een vast, door de bond vastgesteld, wisselschema.

Sprongbal (begin wedstrijd)

Aan het begin van de wedstrijd staat van elke partij één speler in de middencirkel en de rest eromheen. Die twee betwisten elkaar de jump- of sprongbal, waarbij ze de bal alleen maar mogen wegtikken.

Persoonlijke fout (“P”)

Als een speler een tegenstander -al dan niet opzettelijk - aanraakt dan wordt dat bestraft met een persoonlijke fout. De scheidsrechter geeft nummer van de speler door aan de jurytafel en daar registreert men dit op het scoresheet. Gedurende een wedstrijd mag een speler maar vier keer een dergelijke
overtreding begaan. De vijfde keer wordt de overtreder voor het vervolg van de wedstrijd van deelname uitgesloten. Op het moment dat een speler een doelpoging onderneemt en zijn tegenstander een overtreding tegen hem begaat waarvoor een persoonlijke fout staat, dan mag de speler vrije worpen nemen. Was dat niet het geval dan wordt de bal aan de zijkant van het veld ingenomen. Ondanks het formele verbod om elkaar aan te raken, zal de toeschouwer al snel zien dat de soep niet zo heet gegeten wordt als hij wordt opgediend. Voor een niet-contact sport komen de spelers wel erg vaak met elkaar in aanraking. Dit is een gevolg van de ontwikkelingen die de sport in de loop der jaren heeft doorgemaakt. Met allerlei interpretaties en beschreven uitzonderingen is contact inmiddels in een aantal gevallen bij het spel gaan behoren. In beginsel geldt de regel dat er geen contact mag zijn nog wel als één van de meest belangrijke regels van de basketballsport. Indien een ploeg in één periode 4 of meer fouten gekregen heeft (een optelling van alle persoonlijke fouten die de spelers van het team hebben gemaakt, er wordt dan ook van teamfouten gesproken) dan betekent dat, dat bij elke volgende persoonlijke fout de tegenstander 2 vrije worpen mag nemen, ongeacht of er sprake is van een doelpoging. Deze regel is niet van toepassing als de ploeg van de speler die de fout begaat zelf balbezit heeft.

Speelsnelheid

Om het spel de nodige snelheid te geven is bepaald dat iedere partij 8 seconden heeft om de bal op de helft van de tegenstander te brengen. Het is niet toegestaan de bal op eigen helft terug te spelen.

Drie seconden

Basketball is geen sport die speciaal gemaakt is voor vijf lange mensen, maar lang zijn biedt wel voordelen voor het beoefenen van basketbal. Er is evenwel een regel gemaakt om een team met veel lange mensen niet al te veel te bevoordelen. Dat is de drie seconden regel en die bepaalt dat een aanvaller niet langer dan drie seconden in het 'vijandelijke' vrije worpgebied mag zijn.

(Second) Dribble

Meer dan twee passen lopen met de bal is verboden, maar via de dribbel (ononderbroken stuiteren) kan men zich toch met de bal voortbewegen. Dat dribbelen kan onbeperkt geschieden, totdat de speler zelf de bal stil houdt (met beide handen vastpakt). Gaat de speler daarna toch verder, dan is er sprake van 'second dribble' en krijgt de tegenstander balbezit.

Voetbal

Eigenlijk is het een beetje vanzelfsprekend dat het verboden is de bal opzettelijk met de voet te spelen. Een dergelijke overtreding wordt eveneens bestraft met een vrije bal aan de zijlijn.

Zijkant vrij

Samenvattend kunnen we stellen, dat de scheidsrechters vrije bal aan de zijkant geven voor de volgende overtredingen:

• Lopen
• Second dribble
• Voetbal
• Drie seconden
• Niet binnen 8 seconden over de helft
• Een persoonlijke fout zonder doelpoging